Eindexpositie Nieuwe Akademie Utrecht 24 juni t/m 2 juli 2017 Loods 6, KNSM-laan 143, Amsterdam (entree via Surinamekade 30) Opening zaterdag 24 juni 16.00 uur De eindlichting van de Nieuwe Akademie Utrecht (NAU) telt dit jaar maar liefst 17 kunstenaars. Deze expositie toont dan ook 17 verschillende antwoorden op dezelfde vraag; hoe ontwikkel ik mijn eigen beeldtaal. De uitkomst van die zoektocht is het zeer diverse werk in deze expositie; van sensuele installaties tot tekeningen van gedroomde stadsgezichten waarin het makkelijk verdwalen is en van beeldend werk ter grootte van een luciferdoosje tot onheilszwangere schilderkunst met een nostalgische inslag. De Nieuwe Akademie Utrecht is een 5-jarige deeltijdopleiding beeldende kunst. Met gerenommeerde docenten als Guda Koster, Frans van Tartwijk, Jos van Gessel, Anne-Marie Spijker, Joop Stolk en Jans Muskee staat de NAU al jaren garant voor kwaliteit. De deelnemende kunstenaars zijn: Linda Leeuwestein, Fiona Rijgersberg, Ruud Lampe, Roeland Heijne, Rezie Hendriks, Paulien Tolboom, Huub Stijvers, Marjolein Pelgrum, Astrid Mourik, Karin Bezemer, Susanne van Schaik, Jannette van der Sar, Margreet Dijkstra, Lettie Kuijvenhoven, Ans Schrieks, Gaby van Dongen, Margaret Baars. De feestelijke opening vindt plaats op zaterdag 24 juni om 16:00 uur. De expositie is dagelijks te bezichtigen van zaterdag 24 juni tot en met zondag 2 juli van 12:00 tot 17:00 uur. Werk van de deelnemende kunstenaars kunt u vanaf medio juni vinden op: www.nieuweakademie.nl/galerie-nau Noot voor de redactie: Voor meer informatie over de expositie of het aanvragen van high res beeldmateriaal kan contact worden opgenomen met Ans Schrieks, 06 34041451. Voor vragen over de NAU kan contact worden opgenomen met Guda Koster via de contactinfo van de NAU.        ...

[vc_row css_animation="" row_type="row" use_row_as_full_screen_section="no" type="full_width" angled_section="no" text_align="left" background_image_as_pattern="without_pattern"][vc_column][vc_column_text]Over twee weken opent in het Rijksmuseum van Oudheden de grote voorjaarstentoonstelling Casa Romana. Ik nodig u van harte uit voor de persontvangst op dinsdagmiddag 23 mei 2017, met een korte introductielezing en een rondleiding door de expositiezalen, tussen 13.00 en 15.00 uur.   Casa Romana  - wonen in het antieke Rome Twaalf momenten van de dag in een luxe Romeinse stadsvilla, in twaalf Romeins gestileerde scènes. Van ochtendrituelen tot en met slaapkamergeheimen, in meer dan 700 m² tentoonstellingszaal op de eerste verdieping. Te zien zijn zo'n 800 voorwerpen uit de eigen collectie en bruiklenen van talrijke musea, designers, kunstenaars, antiquairs en verzamelaars. Klassieke archeologie gaat in Casa Romana moeiteloos samen met kunst uit recentere tijden en modern design, met een knipoog naar de Romeinen of geïnspireerd op de Oudheid. Zo prijken Romeinse beelden in het atrium naast een stoel van designstudio Tjep. Vanuit het eetvertrek met Romeinse mozaïeken ziet u impressies van de romantische binnentuinen van tuinarchitect Piet Oudolf en schilder Alma Tadema. In de keuken staat Romeins vaatwerk zij aan zij met 3D geprinte vazen van Olivier van Herpt. Zie ook het bijgaande persbericht. PERSBERICHT Tentoonstelling Casa Romana_zomer 2017 Programma dinsdag 23 mei 12.30 uur Uitreiking persmap en publicatie; koffie/thee/broodje in het Museumcafé 13.00 -15.00 uur Welkomstwoord door Wim Weijland, directeur Rijksmuseum van Oudheden Korte inleiding over Casa Romana door prof. dr. Ruurd Halbertsma, Rijksmuseum van Oudheden Rondgang over de tentoonstelling, gelegenheid tot het stellen van vragen, interviews en het maken van opnamen. U kunt de zalen ook op eigen gelegenheid bezoeken, al dan niet met een audiotour.  Het museum sluit om 17 uur.   Museumconservatoren prof. dr. Ruurd Halbertsma en dr. Annemarieke Willemsen werkten voor Casa Romana nauw samen met o.a. prof. dr. Eric Moormann, dr. Stephan Mols (Radboud Universiteit) en dr. Gemma Jansen, specialisten op het gebied van Romeins woonhuizen in Pompeiï en Rome. Zij beantwoorden uw vragen in de tentoonstellingszalen.   Beeldmateriaal en meer persteksten staan op www.rmo.nl/pers. Vanaf 23 mei zijn er ook foto’s van de tentoonstellingszalen.   Aanmelden voor de persontvangst kan via s.verberk@rmo.nl of 071-5 163 164. Uiteraard kunt u ook bellen of mailen voor het maken van een afspraak op een ander moment. De tentoonstelling loopt tot t/m 17 september [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]...

14 april 2017 t/m 05 november 2017 DE SCHILDERS VAN TACHTIG Zoals de kunstenaars van de Haagse School naar buiten trokken om het landschap te schilderen, zo ontdekte de volgende generatie kunstenaars het straatleven. Vanaf de jaren 1880 kiezen jonge schilders als George Hendrik Breitner, Isaac Israëls en Willem Witsen het stadsleven als onderwerp voor hun tekeningen en schilderijen. Het centrum van de schilderkunst is niet langer Den Haag maar Amsterdam. Het Gemeentemuseum Den Haag presenteert deze ‘Tachtigers’, ook wel de Nederlandse Impressionisten genoemd, sinds lange tijd weer in een grote overzichtstentoonstelling. George Hendrik Breitner (1857‐1923) De Dam (De Nieuwe Kerk te Amsterdam), 1891 olieverf op doek 102 x 152,5 cm Singer Laren De verschuivingen in de kunstwereld vallen samen met een grote verandering in de samenleving. Vanaf 1870 groeit de bevolking in de steden voor het eerst sneller dan op het platteland. Amsterdam, Den Haag en Rotterdam verdubbelen in omvang. De trek naar de stad heeft als gevolg dat er nieuwe wijken ontstaan rondom de ‘binnenstad’. Als oplossing voor de woningnood worden er voorsteden gebouwd. Dankzij de industrialisering en een groeiende welvaart worden luxe en vermaak aan het einde van de negentiende eeuw voor het eerst voor de massa bereikbaar. Het uitgaansleven, dat is komen overwaaien vanuit Frankrijk, wordt vastgelegd door kunstenaars. Zij tonen de stad in al zijn schoonheid én lelijkheid. Ze schilderen straatfeesten en kroegen, maar ook chique modehuizen, restaurants en theaters. Ze hebben allemaal hun eigen kijk op het leven, want de moderne stad kent meerdere gezichten: aan de ene kant zijn er de luxe en vertier, daartegenover leeft een groot deel van de bevolking in armoede. Breitner schildert zowel winkelende dames als hardwerkende arbeiders. Israëls verbeeldt chique modeshows en volkse café’s, Jacobus van Looy legt een hossende menigte tijdens het Oranjefeest vast. Het is de dynamiek van de stad die hen aantrekt, terwijl andere kunstenaars als de gevoelige Witsen en Eduard Karsen zich specialiseren in het verstilde stadsgezicht. Tezamen brengen de schilders het 19e- eeuwse Amsterdam, Den Haag en Rotterdam tot leven. Met trams op het rumoerige Rokin, de eerste elektrische verlichting, verleidelijke etalages en voortdurende bouwwerkzaamheden. Rumoer in de stad. De schilders van Tachtig is een vervolg op de succesvolle tentoonstelling Holland op z’n mooist. Op pad met de Haagse School uit 2015, waarin de veranderingen van het landschap door de schilders van de Haagse School werden vastgelegd. Deze keer richt de tentoonstelling zich op de volgende generatie kunstenaars die het moderne leven in de stad verbeelden. Door middel van een grote selectie van meer dan 100 schilderijen en tekeningen, alsook fotografie, documentatiemateriaal en een bijzondere groep schetsboeken van Isaac Israëls wordt het moderne stadsleven inzichtelijk gemaakt. Door een samenwerking met het Literatuurmuseum zijn er bijzondere eerste uitgaven te zien van dichters als Willem Kloos, Albert Verwey en Herman Gorter. Deze tentoonstelling wordt mogelijk gemaakt dankzij een belangrijk aantal bruiklenen van onder meer het Rijksmuseum Amsterdam, Centraal Museum Utrecht, Dordrechts Museum, Amsterdam Museum, Groninger Museum, Teylers Museum, Museum Gouda en een groot aantal particuliere collecties. Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) leent een bijzondere collectie van werken van Breitner. Daarnaast komt deze tentoonstelling tot stand in samenwerking met de Universiteitsbibliotheek Leiden en het Haags Gemeentearchief. Bij de tentoonstelling verschijnt een gelijknamige rijk geïllustreerde Nederlandstalige catalogus, uitgegeven door WBOOKS, 224 pagina’s, €24,95. Deze publicatie wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Gifted Art. Mischa Andriessen, sinds eind 2016 ‘schrijver-in-de-residentie’ van het Gemeentemuseum Den Haag heeft zich door verschillende werken uit de tentoonstelling laten inspireren. Zijn gedichten worden in de tentoonstelling aan het publiek gepresenteerd....

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam zet van 29 mei tot en met 24 september 2017 werken van negentien Hongaarse avant-gardekunstenaars in de schijnwerpers. De tentoonstelling Van fauvisme tot surrealisme. Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije belicht hun vernieuwende schilderkunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw, toen het land gebukt ging onder oorlogen, nationalisme en communisme. De meeste kunstwerken waren niet eerder te zien in ons land. Op de tentoonstelling zijn werken te zien van beroemde Hongaarse kunstenaars als Vilmos Huszár, Béla Czóbel, László Moholy-Nagy en Lahos Tihanyi. Van Róbert Berény toont het museum zijn meesterwerk Self-portrait with Top Hat. Enkele kunstenaars waren ook actief in Nederland. Huszár was honderd jaar geleden een van de oprichters van De Stijl. Czóbel was betrokken bij de Bergense School en maakte het eerst bekende portret van dichter Adriaan Roland Holst. Ook László Moholy-Nagy woonde en werkte een paar jaar in ons land. Van hem zijn enkele vroege werken te zien. De kunstenaars werkten in een bloeiend artistiek klimaat in Hongarije. Het land was de eerste helft van de twintigste eeuw een ontmoetingsplaats voor kunstenaars uit Oost- en West-Europa en talloze kunststromingen kwamen hier samen. Kunstenaars experimenteerden met het fauvisme en kubisme uit Frankrijk, het futurisme uit Italië, het expressionisme uit Duitsland en het constructivisme en de cinema uit de Sovjet-Unie. Groeiend antisemitisme Het was tegelijkertijd een roerige tijd in Hongarije. Kunstenaars hadden te maken met opkomend nationalisme, de Eerste Wereldoorlog, het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, de Tweede Wereldoorlog en het begin van een communistisch regime. Veel kunstenaars hadden een joodse achtergrond en kregen vanaf begin jaren twintig te maken met een groeiend antisemitisme. Ze werden gedreven door een geloof in vooruitgang en een verlangen naar een rechtvaardige wereld, maar werden allen op de een of andere manier slachtoffer van de Holocaust. De tentoonstelling toont ongeveer negentig schilderijen waarin de experimenteerdrang en de verschillende stijlen samenkomen. Zo is te zien hoe Béla Kádár kubistische landschappen schilderde in de stijl van Chagall en hoe Armand Schönberger het nachtleven van Boedapest vastlegde in een Italiaans-futuristische stijl. Maar ook de sfeer van de tijd komt terug in de kunstwerken. Lili Ország gaf in haar kunst uiting aan de gevolgen van de Holocaust, met grimmige en donkere schilderijen. De tentoongestelde werken zijn uitgeleend door diverse musea en particulieren in Hongarije en Nederland, waaronder de Hungarian National Gallery en het Joods Museum in Boedapest. Met de Hongaarse kunst bouwt het Joods Historisch Museum voort op eerdere succesvolle exposities van joodse kunstenaars uit Rusland en avant-gardekunstenaars uit Roemenië. Publicatie Bij de tentoonstelling Van fauvisme tot surrealisme verschijnt bij Walburg Pers een gelijknamige publicatie onder redactie van Joël Cahen, tot oktober 2015 directeur van het Joods Cultureel Kwartier. Kunstkabinet Tegelijk met de tentoonstelling wordt in het Kunstkabinet van het museum het werk van een hedendaagse Hongaarse kunstenaar getoond: False Testimony van Hajnal Németh gaat over de Tiszaeszlár affaire van 1882, ook wel het Hongaarse equivalent van de Dreyfus affaire genoemd. Een moderne opera toont hoe joden ten onrechte de schuld kregen van de verdwijning van een 14-jarig meisje. De foto's die de kunstenaar in samenwerking met historicus Zoltán Kékesi maakte leggen op subtiele wijze het hedendaagse Hongaarse antisemitisme bloot. Download hier beeldmateriaal Niet voor publicatie: Voor informatie en interviewaanvragen kunt u contact opnemen met de afdeling marketing en communicatie, communicatie@jck.nl, tel. 020-5310370. De perspreview vindt plaats op woensdag 24 mei om 10.00 uur. Aanmelden kan via communicatie@jck.nl   ...

[caption id="" align="alignright" width="200"] Vrouwelijke pop, 300-400 n.Chr. © Museo de Albacete.[/caption] Wist je dat de Romeinen al met haargel experimenteerden? Dat ze kauwgum gebruikten voor een frisse adem? Dat Romeinse meisjes met ‘barbies’ speelden? Dat er make-up was in ‘wegwerpverpakking’? Mooi zijn of willen zijn: we zijn er dagelijks mee bezig. Maar wat betekent schoonheid? Zijn de idealen van vandaag dezelfde als in de tijd van de Romeinen? Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren presenteert tot 30 juni ‘Timeless Beauty’. Een niet te missen expo over de schoonheidsidealen van de Romeinse vrouw. Eeuwenoude objecten, educatieve filmpjes Kunstfotografie van Marc Lagrange, gecombineerd met citaten van Romeinse schrijvers. Educatieve filmpjes die tonen hoe Romeinse vrouwen zich verzorgden, maquilleerden … Moderne vrouwen die vertellen hoe ze hun lichaam beleven. Marmeren bustes, Romeinse ‘barbiepoppen’ en Venusbeeldjes ...

Het Princessehof presenteert het nieuwste werk van Anne Wenzel. De kunstenaar werkte twee jaar aan haar serie Chasing Silence, die nu voor het eerst te zien is. Wenzel liet zich hiervoor inspireren door vanitasstillevens uit de Gouden Eeuw. Ze toont beelden van vogels die verstild op een enorme tafel liggen. Hun donkere veren schitteren en glanzen. Zelfs in de nabijheid van de dood bezitten de vogels kracht en schoonheid. Ze herinneren ons aan de pracht van het leven. Anne Wenzel: Chasing Silence is van 1 april tot en met 8 oktober 2017 te zien in Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. In vanitasstillevens staan de dood en de vergankelijkheid van het leven centraal, in de schilderkunst vaak geïllustreerd met schedels, gedoofde kaarsen en verwelkte bloemen. Wenzel brengt met haar keramisch werk een ode aan dit thema. Raku Bijzonder aan de serie is de donkere en toch kleurrijke uitstraling van de beelden. Door het gebruik van raku, een techniek die op een dergelijke schaal ongekend is, ontstaat een rijke schakering van kleuren op de zwartgeblakerde keramiek. Met veren, schitterend en glanzend, stijgt de schoonheid van Wenzels vogels krachtig uit boven hun weerloze verstilling: feniksen die uit hun eigen as herrijzen. Anne Wenzel: Chasing Silence is van 1 april t/m 8 oktober 2017 te zien in Keramiekmuseum Princessehof. Afbeelding: Anne Wenzel, Chasing Silence, Velvet Pheasant. Courtesy AKINCI....

27 kunstwerken van internationale kunstenaars meanderen deze zomer langs de mooiste rivier van het land. De kunstwerken staan op bijzondere locaties in het IJssellandschap en in de Hanzesteden. In uiterwaarden en bij sluizen, steenfabrieken en landgoederen; daar waar je de IJssel kunt zien, ruiken en proeven. In deze eerste editie van de IJsselbiënnale tonen kunstenaars hun visie van de invloed van de klimaatverandering op ons rivierenlandschap: van poëtische droombeelden en visionaire toekomstbeelden tot nietsontziende doemscenario's.   Kunstenaars uit binnen- en buitenland kregen de uitnodiging om op speciale locaties een kunstwerk te maken. De relatie tussen de rivier als natuurlijk gegeven en als een door mensen beheerste waterweg in een klimatologisch veranderlijk tijdperk is het uitgangspunt voor de kunstenaars. Zij laten zien dat er tal van manieren zijn om je met veranderingen te verhouden, ook als je ze niet in de hand hebt. De verhouding van kunstenaars tot de natuur, tot het landschap, is aan voortdurend wisselende omstandigheden onderhevig. De kunst verandert met het landschap mee. Dit leidt tot wensbeelden, wetenschappelijke experimenten of nieuwe woonvormen, diersoorten en gewassen. Kunstenaar Peter de Cupere is gefascineerd door geur. Hij gebruikt geur als medium in zijn kunstwerken en is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de zogenaamde olfactorische kunsten. Voor de IJsselbiënnale maakt De Cupere een zeezoutbunker. Hij gaat daarbij uit van het extreme scenario dat de zeespiegel in de toekomst dusdanig stijgt dat de hele IJsselvallei onder zeewater komt te staan. Daardoor zal de bestaande biodiversiteit verloren gaan. Zoet water wordt zout water. Voor dat toekomstbeeld gaat hij op zoek naar een utopische manier van overleven. Hij vervangt de dan verdwenen witte ijskappen op de Noord- en Zuidpool door witte zoutkappen, gewonnen uit de zee. Hij stelt zich een witte zoutnatuur voor, met planten, vruchten, groenten en bloemen van zout. Ze hebben allemaal een eigen geur en daarmee een eigen identiteit. Dit kunstwerk is straks te zien in Brummen.   Activiteitenprogramma Tijdens de IJsselbiënnale vindt en een breed en veelzijdig activiteitenprogramma, georganiseerd door meer dan 75 culturele initiatieven in de IJsselvallei. Dit kan een tentoonstelling zijn van lokale kunstenaars, een literair festival of een dans- of theatervoorstelling. Daarnaast sluiten gevestigde musea uit de vallei sluiten aan met een passend eigen programma. De volgende kunstenaars maken speciaal voor de IJsselbiënnale een kunstwerk of doen mee met een bestaand kunstwerk: Benjamin Bergmann (Duitsland), Levi van Veluw, Marieke de Jong, Jasper Niens, Kathrin Schlegel (Duitsland), Filip Jonker, Peter de Cupere (België), Paolo Grassino (Italie) Peter Ojstersek (Zweden), Jeroen van Westen & Curdin Tones, SpaceCowboys, Robbert van der Horst, John Bijnens (België), Atelier Veldwerk, Groenewoud/Buij, Aeneas Wilder (UK), Observatorium, Nathalie Bruys, Tea Mäkipää (Fin), Maze de Boer, Paul de Kort, Anne ten Ham, Janina Schipper, Tanja Smeets, Paul Segers en Lobke Meekes. ...

Van 17 februari 2017 t/m 21 mei 2017 in het Rijksmuseum in Amsterdam De komst van de Nederlanders heeft Zuid-Afrika voorgoed veranderd. De samenstelling van de bevolking en de introductie van de slavernij door de VOC zijn het gevolg van de band met ons land. Maar ook de taal, het Afrikaans, de wetgeving, de gereformeerde kerk, de introductie van de Islam, de typisch gevormde gevels en de Nederlandse namen op de kaart. Ook Nederland werd door de relatie met Zuid-Afrika veranderd. De Boerengekte rond 1900, talloze ‘Transvaalbuurten’ en de heftige anti-apartheidsstrijd van de jaren ’80, getuigen van een voortdurend bewogen verhouding. In de tentoonstelling geven ca 300 schilderijen, tekeningen, documenten, foto’s, meubels, souvenirs, gebruiksvoorwerpen en archeologische vondsten betekenis aan de gedeelde cultuur én wederzijdse beïnvloeding tussen beide landen. De tentoonstelling is gemaakt onder leiding van hoofd Geschiedenis van het Rijksmuseum. Prominent in de tentoonstelling zijn de meterslange landschapspanorama’s van Robert Jacob Gordon. Deze Nederlandse expeditiereiziger bracht Zuid-Afrika in de 18de eeuw in kaart en gaf het land daarmee een gezicht. De indrukwekkende portretten van kinderen geboren na 1994 - de afschaffing van de Apartheid- van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Pieter Hugo verbeelden Zuid-Afrika’s toekomst. Rondleidingen De rondleiders bij de tentoonstelling zijn Zuid-Afrikaans en belichten de tentoonstelling vanuit hun achtergrond en persoonlijke band met het land. Audiotour door Adriaan van Dis De audiotour is gemaakt door schrijver en Afrika-kenner Adriaan van Dis. Van Dis neemt de bezoeker mee door de tentoonstelling waarbij hij verbanden legt tussen de verschillende periodes en anekdotes vertelt. In de audiotour zijn ook persoonlijke verhalen opgenomen van een aantal Zuid-Afrikanen en Zuid-Afrika kenners. Boek Goede Hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerd boek met 56 bijdragen, geschreven door 26 auteurs uit de wereld van literatuur, taal, (kunst)geschiedenis, archeologie, politiek en journalistiek. Te koop in de Rijksmuseum Shop. NTR TV-serie Goede Hoop Historicus Hans Goedkoop neemt ons mee in een zevendelige serie naar de Nederlandse geschiedenis in Zuid-Afrika. De serie loopt parallel aan de tentoonstelling Goede Hoop in het Rijksmuseum en is wekelijks te zien op donderdagavond op NPO 2 vanaf 23 maart 2017, 21.05 uur NPO2....

[vc_row css_animation="" row_type="row" use_row_as_full_screen_section="no" type="full_width" angled_section="no" text_align="left" background_image_as_pattern="without_pattern"][vc_column width="2/3"][vc_column_text]Dit jaar kunnen bezoekers tijdens de Nationale Zilverdag, 2e Pinksterdag in Schoonhoven, meedoen aan een ‘Zilverwandeling’. Met een ervaren gids van Stichting Stadswandeling Schoonhoven maakt men een verkenningstocht langs de pareltjes van de Zilverstad. Zoals bijvoorbeeld de oudste historische zilversmidwerkplaats, de Spaanse kazerne, zilversmidswoning en de Bartholomeus kerk. De Zilverdag trakteert; er zijn voor de deelnemers geen kosten aan verbonden. Op 2e Pinksterdag, 5 juni 2017, is de historische binnenstad van Schoonhoven één grote goud- en zilversmidwerkplaats. Verspreid over 140 plekken met paviljoens en stands is het overal zilver wat de klok slaat. Schoonhoven Zilverstad is een begrip in Nederland maar ook ver daarbuiten. In Schoonhoven wordt al sinds de 14e eeuw met zilver gewerkt. In ruim 700 jaar is Schoonhoven uitgegroeid tot dé Zilverstad van Nederland! Schoonhovense goud- en zilversmeden maken tot op de dag van vandaag traditionele maar ook moderne sieraden, gebruiksvoorwerpen en bovenal vrije kunst in zilver. Uniek in Nederland. Meer informatie op www.zilverdag.nl en www.stadswandelingschoonhoven.nl[/vc_column_text][/vc_column][vc_column width="1/3"][vc_single_image image="940" img_size="full" qode_css_animation=""][vc_single_image image="933" img_size="full" qode_css_animation=""][vc_single_image image="934" img_size="full" qode_css_animation=""][/vc_column][/vc_row]...